KNZRV hoofd Briefpapier

Vlaggen, vlagvoering en vlag-etiquette

Wat zijn vlaggen, wat zijn géén vlaggen. Wat is de betekenis van vlaggen ? Hoe gebruik je vlaggen, geuzen en wimpels ter zee ?
Interesseert ons een behoorlijke vlagvoering eigenlijk nog wel. De laatste tijd vallen de boekjes over “gedrags-etiquette” weer van de toonbank bij de boekwinkels.
“Hoe hoort het eigenlijk” is weer een nieuwe rage: maar waarom vindt er dan op de Nederlandse wateren een enorme verloedering plaats bij het in acht nemen van de gedragsregels voor vlagvoering.
Ook door leden van de K.N.Z.& R.V. wordt soms incorrect met de vlagvoering omgesprongen, terwijl een voorbeeldfunctie onze vereniging traditioneel gezien niet zou misstaan.

Vlaggen en vlagvoering zijn door de eeuwen heen gebaseerd op tradities van oorlogs- en handelsvloten en bestaan op grond van oude rechten. Vlaggen en onderscheidingsvlaggen scheppen duidelijkheid omtrent de nationaliteit van een schip, de eigenaar, de functie, het actuele gebruik of reisdoel. Vlaggen kunnen nood uitdrukken, een gevaar aanduiden of juist veiligheid weergeven. Vlaggen dienen daarom uitsluitend overeenkomstig hun betekenis te worden gebruikt.

Leden van de KNZ&RV die het privilege hebben om bij Koninklijk Besluit een bijzondere nationale vlag en standaard op hun schepen te mogen voeren, dienen de vlag-etiquette te kennen en strikt na te leven.
Wat een correcte vlagvoering inhoudt, met inbegrip van de vele speciale vlaggen die in de loop der tijd tot ontwikkeling zijn gekomen, wordt in het kort hieronder omschreven. Aan bod komen de algemene regels voor vlagvoering, ook bij wed- strijden, bij toervaren en in de haven of voor anker, alsmede conform art 4 van de Wet der KNZ&RV, de specifieke punten die van belang zijn voor jachteigenaren/leden van onze Vereeniging.

Ter toelichting mag nog dienen, dat als grondslag voor de vlagvoering op Nederlandse jachten altijd de voorschriften worden genomen, zoals die bij de Koninklijke Marine gelden. De richtlijnen gelden internationaal, alhoewel er per land in details van sommige gebruiken kan worden afgeweken.

 

Vlaggen van Nederland ter zee


nl

A. Nationale vlag

Helder vermiljoen rood – helder wit – kobalt blauw.
Verhouding hijs tot diepte 2 : 3, de kleuren oranje-wit-bleu en rood-wit-donker pruisisch blauw zijn niet toegestaan.

nl-knzrv

B. De "Vlag van de Koninklijke"

Rood–Wit–Blauw met 's–Konings Naamcijfer, een gekroonde "W" in een blauw veld, uitsluitend voor leden van de Koninklijke Nederlandsche Zeil- en Roeivereeniging volgens het besluit van Z.M. Koning Willem III in 1852. Voor wat betreft het blauwe veld in de vorm van een liggende ruit, geplaatst in de witte baan van de vlag, bevestigd bij K.B. 27 juni 1921 nr. 49, welk Besluit tevens de gelijkstelling met de nationale vlag regelt. De vlag mag absoluut niet voor de "commerciële vaart" gebruikt worden.

 

nl-krzv

C. De "Vlag van de Maas"

Rood-wit-blauw met in de broektop de Koninklijke kroon in een witte ruit op een rood kruis op een wit veld. De Koninklijke Roei- en Zeilvereeniging “De Maas” heeft bij een schrijven van de particulier secretaris van de Koningin van 8 augustus 1901 het predikaat “Koninklijke” ontvangen, waarna op 26 sept.1901 bepaald werd, dat dit tevens inhield dat door de leden van de vereniging een Koninklijke kroon in de vlag gevoerd mocht worden. Verdere bepalingen ontbreken echter en de gelijkstelling met de Nationale vlag is niet bij K.B. geregeld, zodat deze vlag alleen op vlaggemasten aan de wal of verenigings- gebouwen mag worden gevoerd.

 

marinere

D. De "Marine Reserve Vlag"

Rood–Wit–Blauw met een halfcirkelvormige verbreding van de witte baan tot hal- verwege in het rood en blauw, waarin een zwart onklaar anker met een kroon is afgebeeld. Mag alléén worden gevoerd door een officier Koninklijke Marine Reserve met minstens de rang van Luitenant ter Zee 2e klasse, jongste categorie.

 

nederlands-loodsvlag-svg

E. De Loodsvlag

Rood-wit-blauw in een witte rechthoek, de witte baan rondom van dezelfde breedte als de banen in de Nederlandse vlag.
De vlag is eigenlijk een onderscheidingsvlag, maar wordt op het hek en alleen door loodsboten gevoerd. Gebruik door andere schepen is strafbaar.

Algemene regels

Hoedanigheid van Vlaggen

Nationale vlaggen worden van alle vlaggen als eerste gezet en als laatste gestreken. Nationale vlaggen worden slechts gevoerd zolang het jacht "in dienst" is, d.w.z. zolang de eigenaar of een door hem aangewezen vertegenwoordiger aan boord is.
Nationale vlaggen mogen het water nooit raken, mogen niet vuil of gerafeld zijn. De vlaggen dienen genaaid te zijn in banen van zgn “vlaggendoek”; in het verleden was dat wol, daarna wol versterkt met een kunststofvezel en tegenwoordig van een op wol lijkende stof van geruwde polymere kunststof garens.
Gedrukte vlaggen behoren te worden vermeden. Vlaggen, gemaakt van nylon of dun dacron spinnakerdoek kunnen helemaal niet: ook al is de stof slijtvaster en waait zo’n licht doek aan de kade van een windarme, zonnige mediterrane haven beter uit. Dit materiaal blijft voor een vlag een onwaardige uitmonstering.

Vlagvoering in havens

In principe dient men de tijden aan te houden van de vlaggeparade van de Koninklijke Marine: 08.00 uur 's morgens ('s–winters 09.00 uur) tot zonsondergang, doch meestal niet later dan 21.00 uur. Als men liggend in een haven even aan de wal is, blijft het schip "in dienst" en blijft de nationale vlag staan. In het buitenland richt men zich naar de plaatselijke gebruiken, hetgeen o.a. tot uitdrukking komt op vlaggemasten van havens en bij zeilverenigingen.

NB: Vlaggen in KNZ&RV–havens:
In de door de KNZ&RV beheerde havens wordt de vlag gehesen van vlaggeparade om
08.00 uur en neergehaald bij zonsondergang (In het winterseizoen van 1 november tot 1 april wordt, behalve bij evenementen, niet gevlagd).

Vlagvoering tijdens de vaart

Tijdens de vaart op zee mag de nationale vlag 's nachts blijven staan, maar zal doorgaans met zonsondergang worden gestreken. Bij het binnenvaren van een haven, of indien anderszins herkenning nodig is, voert men ook bij nacht de nationale vlag. De Koninklijke Marine voert 's nachts de nationale vlag (verlicht) ingevolge Nato–afspraak).

De nationaliteit van het jacht bepaalt de vlag

Algemene regel

De Nederlandse vlag mag gevoerd worden op een Nederlands schip. Een Nederlands (zee–) schip is een schip dat o.m.:

  1. toebehoort aan Nederlanders;
  2. of voor tenminste 2/3 deel toebehoort aan Nederlanders; of
  3. toebehoort aan een scheepsbedrijf waarvan de zetel in Nederland gevestigd is. 
    (Art. 310 jo. 311 WvK)

Zeebrief

Zeeschepen zijn gerechtigd de Nederlandse vlag te voeren mits zij voorzien zijn van een zeebrief (art. 3 Zeebrievenwet). Dat vereiste geldt niet voor (in art. 2 ZW) uitgezon- derde vaartuigen o.a. vaartuigen van ministerieel erkende Zeilverenigingen of Jachtclubs en schepen metende minder dan 20 m3 bruto inhoud.
Voor al deze laatst genoemde schepen geldt bovengenoemde algemene regel. Anders gezegd: het nationale belang bij een schip is de bepalende factor voor het voeren van de nationale vlag.

Bijzondere regels

De "Vlag van de Koninklijke"

  1. De "Vlag van de Koninklijke" mag op een jacht worden gevoerd, indien degene aan boord voldoet aan de volgende 3 criteria :
    - het lid zijn van de KNZ&RV,
    - het bevaren van een schip dat de Nederlandse vlag mag voeren en
    - het voeren van het commando over dat jacht.
  2. De "Vlag van de Koninklijke" mag alleen worden gevoerd indien ook de vereni- gings–standaard van de KNZ&RV wordt gehesen, tegenwoordig ook wel "clubvlag" genoemd. (Art. 4–I–c der Wet).
  3. Een lid van de KNZ&RV dat geen verenigings-standaard voert of de standaard/clubvlag van een andere vereniging voert, dient de gewone nationale vlag te voeren.
  4. Een lid van de KNZ&RV dat op een hem toebehorend, maar verhuurd of uitgeleend jacht vaart voor commerciële doeleinden, voert niet de "Vlag van de Koninklijke", maar het rood–wit–blauw.
  5. en niet–lid van de KNZ&RV, varend als gezagvoerder op een jacht toebehorend aan een lid van de KNZ&RV of toebehorend aan de vereniging zelf (dus b.v. bij huren of lenen) mag geen "Vlag van de Koninklijke" voeren: hij voert ook het gewone rood–wit–blauw.

De "Standaard van de Koninklijke"

  1. Een lid van de KNZ&RV dat varend de verenigings-standaard van de "Koninklijke" voert, mag gelijktijdig geen verenigings-standaard of clubvlag van andere verenigingen voeren.
  2. Een lid van de KNZ&RV met niet–Nederlandse nationaliteit mag de verenigings- standaard der KNZ&RV voeren, terwijl zijn schip dus de nationale vlag van het vreemde land voert.
  3. Een lid van de KNZ&RV dat het commando voert over een buitenlands jacht, dat krachtens de regels van dat land gerechtigd is de vlag van dat land te voeren, mag tevens de standaard van de Koninklijke voeren.
  4. Een lid van de KNZ&RV dat voldoet aan het criterium voor de vlag genoemd onder 1–b. (Koninklijke Marine Reserve) mag die vlag voeren, mits hij daartoe bij besluit van
    H.M. de Koningin gemachtigd is. In dat geval voert de betrokkene evenwel niet de standaard van de KNZ&RV.

Vlagvoering Nationale vlag


Algemene regels,  ook geldend voor de "Vlag van de Koninklijke"

De algemene regel is dat de belangrijkste vlag duidelijk uitwaaiend op de voornaamste plaats van het schip gevoerd wordt; de in belangrijkheid daarop volgende vlag op de daarop volgende voorname plaats, enzovoorts.
Uit de vroege zeilvaart stamt de opvatting, dat het achterschip het meest voorname deel van het schip is en daarom moet de vlag van het land waartoe het schip behoort, gevoerd worden aan een vlaggestok op het midden van het hek.
De afmetingen van de nationale vlag en de daaraan gelijkgestelde vlaggen op het hek van een jacht moeten niet te groot maar ook niet te klein te zijn. Bij de Marine en Koopvaardij wordt de grootte van een vlag in "kleden uitgedrukt. Bij jachten is de hijs bij voorkeur groter dan 6% van de lengte van het jacht. Een nationale vlag op de bezaan bij 2-masters of aan de gaffel van kotters of motorjachten mag uit practische overwe- gingen kleiner zijn.

Aangezien alle regels betreffende vlagvoering op zee een functioneel doel dienen en dus praktisch uitvoerbaar moeten zijn, werden er in de loop der tijd ook afwijkingen op de algemene regels toegestaan. Terwille van tuigage en outillage worden daarom hieronder erkende uitzonderingen genoemd op de vanouds geldende regels.

Vlagvoering varend

In principe voeren alle jachten de vlag op het hek en bij een aangehangen roer op het roer. (Besluit KVNWV 1948). Indien dit om (zeil)technische of andere functionele redenen onmogelijk is gelden de volgende regels.

  1. Ronde– en platbodemjachten voeren de vlag altijd op het aangehangen roer, ook bij jachten met twee masten. Indien de gaffel recht is (b.v. Botter, Staverse Jol, Klipperaak) is ook de vlaggestok recht. Alleen indien de gaffel gekromd is (b.v. Boeier, Lemsteraak) is ook de vlaggestok gebogen.
  2. Scherpe, moderne zeegaande jachten met een zelflozende open kuip als hek, waar geen vlaggestok in het midden kan worden geplaatst en zeiljachten met een negatieve kont waarop in het midden van het hek hydraulische wandspanners of andere vormen van beslag zijn geplaatst, mogen de nationale vlag aan stuurboord op het hek voeren. Derhalve niet aan bakboord!
  3. Gaffel-getuigde jachten met één mast (b.v. kotters) waarvan de giek en schootvoering tot over het hek reikt, mogen de vlag voeren aan de punt van de gaffel met een vlaggelijn naar de giek.
  4. Scherpe jachten met méér dan één mast waarvan de achterste mast de kortste is (kits of yawl), mogen varend de vlag in de top van de achterste mast voeren.
  5. Scherpe jachten met méér dan één mast doch waarvan de achterste mast even lang of langer dan de andere(n) is (schoener), en de giek tot over het hek reikt, mogen de vlag voeren aan de gaffel of bij torentuigen op 2/3 hoogte van het achterlijk van het grootzeil.
  6. Motorjachten zonder mast voeren de vlag op het hek of achtersteven, evenals wherry's en sloepen, vletten, enz. die voor de pleziervaart worden gebruikt.
  7. Motorjachten met één mast: nationale vlag op het hek. Is er evenwel een achterlijker dan midscheeps geplaatste mast met een gaffeltje, dan mag men tijdens de vaart de vlag aan het gaffeltje hijsen t.b.v. een betere zichtbaarheid op zee en/of het tegengaan van vervuiling door uitlaatgassen.
  8. Trimarans voeren de vlag op de middelste boot; catamarans op het hek van de stuurboord romp.

Vlagvoering liggend aan de wal of geankerd

  1. Gaffel-getuigde jachten met één mast (b.v. kotters) waarvan de giek tot over het hek reikt en de vlag varend aan de gaffel wordt gevoerd, zetten na het strijken van het grootzeil de nationale vlag aan stuurboord op het hek.
  2. Scherpe jachten met méér dan één mast, zoals genoemd onder 4.2.2 en 4.2.3 , voeren de vlag stilliggend op het hek. Indien dit b.v. door een ver uitstekende bezaan–giek of schootvoering bezwaarlijk is, moet de vlaggestok op het hek naar stuurboord worden geplaatst. Dus niet naar bakboord!
  3. Hyper moderne schoeners en kitsen met een zeer achterlijk geplaatste tweede mast, waardoor het optuigen van een vlaggestok onmogelijk is, mogen de vlag varend en stilliggend in de top van de achtermast voeren.
  4. Motorjachten voeren de vlag stilliggend altijd op het hek.

Beperkende regels

Er gelden betreffende het voeren van de nationale en daarmede gelijkgestelde vlaggen ook beperkende regels:

  1. Op een schip of jacht wordt slechts één nationale vlag gevoerd. Alleen bij vlaggen van top en bij pavoiseren voert men op het hek én in de top van de mast een nationale vlag, bij jachten met meer dan één mast in iedere mast. De nationale vlag wordt dus alleen hoger dan de verenigings-standaard gehesen bij vlaggen van top en pavoiseren.
  2. Tijdens wedstrijden, zowel binnen- als buitengaats, wordt de nationale vlag gestreken en bij beëindiging, opgeven van de wedstrijd of bij de finish weer gezet.
  3. De nationale vlag en de "Vlag van de Koninklijke" wordt nimmer gevoerd aan een achterstag!
  4. Het voeren van een gespleten nationale wimpel of een loodsvlag is voorbehouden aan schepen van de Koninklijke Marine, respectievelijk aan loodsboten. Voor alle overige schepen en jachten is het voeren van deze vlaggen wettelijk verboden.

De Standaard

Hoedanigheid van de Verenigings-standaard

De top(pen) van de mast(en) wordt van oudsher gereserveerd voor het voeren van onderscheidingsvlaggen c.q. commandovlaggen.
Standaards zijn de persoonlijke onderschedingsvlaggen (vierkant, rechthoekig, al of niet ingesneden) van vorstelijke personen, respectievelijk de commando- en onderscheidingsvlaggen van militaire bevelhebbers en hoge autoriteiten.

Ook de driehoekige verenigings–standaard ("clubvlag") met een verhouding van ongeveer 1 : 2), voor de verschillende jachtclubs en watersportverenigingen en hun leden wordt gezien als een particuliere standaard.
De afmeting van de hijs van de standaard is bij voorkeur groter dan 2% van de lengte van het jacht.

Conform het Koninklijk Besluit van 1852 mogen uitsluitend leden van de KNZ&RV de witte standaard voeren met daarin 's–Konings Naamcijfer , de gekroonde "W" in een blauwe ruit (de lozange)..
Deze driehoekige standaard wordt bij ieder jacht in de grote mast gehesen. De standaard staat eveneens in de top van de mast bij het clubgebouw in Muiden en in de Buyshaven.

De KNZ&RV kent ook rechthoekige onderscheidingsvlaggen en wel voor: Ere–leden: ongebroken met zwaluwstaart
Ere–Voorzitter en Voorzitter: ongebroken Vice–voorzitter: gebroken met één bal
Overige bestuursleden: gebroken met twee ballen.
Het zgn breken vindt plaats door een blauwe bal, resp. twee blauwe ballen aan de zijde van de broeking of hijs.

Plaats van de verenigings-standaard

De algemene regels voor het voeren van de standaard zijn:

  1. In de top van de hoogste mast, in ieder geval hoger dan de nationale vlag.
  2. Op ronde– en platbodemjachten direct onder de waker of vleugel aan de mastkloot op de trommelstok: de waker geeft alleen de windrichting aan en geldt niet als vlag of wimpel. De verenigings-standaard behoort bij een platbodemjacht niet aan een hanepoot aan bakboord of stuurboord in de mast te worden voorgehesen, deze uithoudertjes waren vroeger bestemd voor het hijsen van een top- of ankerlicht.
  3. Wanneer de standaard niet aan de (hoogste) mast kan worden gevoerd in verband met de aanwezigheid van windvaantjes, antennes, electronica, radar e.d. kan deze in het bakboord–want of onder de bakboord–zaling worden gevoerd (besluit KNWV).
    De standaard behoort echter altijd hoger te staan dan de nationale vlag. Indien de onderste bakboord–zaling daarvoor te laag is (b.v. bij een kits of yawl) moet een hogere zaling dienst doen.
  4. De driekante standaard mag slechts als geusvlag voorop de boeg gevoerd worden op motorvaartuigen zonder mast, wherry's, sloepen en vletten. In alle andere gevallen voert men de standaard in de aanwezige mast.
  5. De hoogste positie van de standaard op een jacht wordt alleen overgenomen door de nationale vlag, cq de nationale vlag met oranje wimpel op nationale feestdagen, omdat de natonale vlag bij die gelegenheid hoger dient te staan. Bij vlaggen van top of pavoiseren blijft de verenigingsstandaard wel in de mast staan.
  6. De verenigingsstandaard wijkt ook van de hoogste plaats voor de Koninklijke Standaard bij vorstelijk bezoek aan boord van het jacht van het betrokken verenigingslid. De verenigings-standaard mag op wel dezelfde hoogte blijven staan naast de Koninklijke Standaard. Is daarvoor geen mogelijkheid, alleen dan gaat de verenigings-standaard naar de opvolgende belangrijkste plaats aan boord: het stuurboordwant of bij meerdere masten naar een lagere top.

Overige regels voor de Standaard (van de "Koninklijke")

  1. Een lid van een vereniging, mag als gezagvoerder de standaard in binnen– en buitenland te allen tijde voeren, behalve tijdens wedstrijden (zie ook voor leden der KNZ&RV art.4.I. der Wet). Bij beeindiqinq of opgeven van de wedstrijd wordt de standaard weer gezet.
  2. De standaard wordt slechts gevoerd zolang de gezagvoerder–lid aan boord is of even van boord is i.v.m. verblijf op jachthaven of clubgebouw of tijdelijke afwezigheid tijdens een reis: m.a.w. zolang het jacht "in dienst" is (leden der KNZ&RV zie Art.4. Ib der Wet). De standaard mag dus ook 's–nachts desgewenst blijven staan, zowel liggend, voor anker of varend. Gaat men van boord om b.v. weer naar huis te gaan, dan dient de standaard gestreken te worden, omdat het jacht dan niet meer "in dienst" is. Het is weinig verheffend als men in jachthavens of marina's verlaten schepen ziet liggen, waarop nog een standaard van de KNZ&RV staat.
  3. Wanneer men lid is van meer dan één vereniging dient een keuze uit de standaards gemaakt te worden. Bezoekt men een evenement of een haven van een bepaalde vereniging, waarvan men lid is, dan voegt men zich uit beleefdheid in de vloot van die vereniging door het hijsen van de betreffende verenigings-standaard.
    Leden van de KNZ&RV halen in zo'n geval de "standaard van de Koninklijke" neer en zetten de standaard van de vereniging welke bezocht wordt . De "Vlag van de Koninklijke" moet dan tevens vervangen worden door het gewone rood–wit–blauw.
  4. Indien de KNZ&RV als vereniging een andere vereniging wil eren dan kan zij de rechthoekige vlag van die vereniging hijsen aan de vlaggemast van haar clubgebouw in Muiden resp. in de Buyshaven, doch nooit de driehoekige clubstandaard van die vereniging.
  5. De "Standaard van de Koninklijke" kan nooit aan niet-leden der KNZ&RV ter beschikking worden gesteld of aan niet-leden worden aangeboden.
    De "Standaard van de Koninklijke" wordt nimmer als cadeau of herinnering aan andere zeilverenigingen gegeven en evenmin aangeboden ter opluistering van clubruimten, kroegen en bars.

In de bijlage is vlagvoering van nationale vlag en verenigings-standaard schematisch aangegeven.

De Eigenaarsvlag

Hoedanigheid eigenaarsvlag

  1. Een eigenaarsvlag is een persoonlijke vlag, die een eigenaar op al zijn schepen voert. Deze vlag is rechthoekig, ongeveer in verhouding 2 : 3 en de afbeeldingen en kleurstellingen kunnen naar eigen inzicht worden vormgegeven. De beeltenis kan zijn samengesteld uit heraldieke kleuren uit het familiewapen, maar kan evengoed op andere symboliek of totale fantasie berusten.
    Om verwarring op zee en interpretatieverschillen te voorkomen,
    moet worden voorkomen dat eigenaarsvlaggen lijken op nationale vlaggen van andere landen, seinvlaggen of vlaggen met een andere betekenis.
    De afmeting is ongeveer hetzelfde als van de rechthoekige, verenigings-standaard voor bestuursleden.
  2. Op alle jachten van leden der KNZ&RV werden vroeger en zeker voor de 2e wereld-oorlog eigenaarsvlaggen gevoerd.
    Aan de herkenning werd zoveel aandacht besteed, dat alle eigenaarsvlaggen steeds in meerkleurendruk in de Jaarboekjes van de Vereeniging werden afgedrukt, voorzien van naam en toenaam.

Gebruik eigenaarsvlag

  1. De eigenaarsvlag komt als wedstrijdvlag in een zeilwedstrijd aan de hoogste top in plaats van de verenigings-standdaard, welke laatste in een wedstrijd gestreken dient te worden. Op moderne scherpe zeegaande wedstrijdschepen is deze gewoonte helaas om praktische redenen in onbruik geraakt. Op Ronde- en Platbodemjachten komt dit gebruik langzaam terug.
  2. De eigenaarsvlag wordt verder, zowel op zeiljachten als op motorjachten, alleen stilliggend in een haven of ten anker, gevoerd in het stuurboordwant op 2/3 hoogte of aan de stuurboord zaling. Bij jachten met meer dan één mast in het stuurboordswant van de voorste mast; bij schoeners mag de eigenaarsvlag in top van de voorste mast.
    Verlaat men de haven of gaat men anker op, dan wordt eerst de eigenaarsvlag gestreken. De eigenaarsvlag wordt dus niet gevoerd tijdens de normale vaart: de oorsprong hiervan is het voorkomen van verwarring met seinvlaggen.
  3. Het voeren van de eigenaarsvlag duidt aan dat de eigenaar van het jacht aan boord is en bereid is om ongevraagd bezoek te ontvangen.

Beleefdheidsvlag

Hoedanigheid Beleefdheidsvlag

  1. Een beleefdheidsvlag ("Courtesy Flag") is niet anders dan een kleine rechthoekige nationale vlag van het land dat men bezoekt. De afmetingen zijn in de hijs ongeveer 3% van de scheepslengte van een jacht en aangezien deze vlag vaak "zuinig" uitvalt, moet voor de hijs toch minimaal 30 cm worden genomen.
  2. Bij bezoek aan andere landen is het zaak zich van tevoren op de hoogte te stellen of men aldaar de "natievlag" of de veelal afwijkende "handelsvlag" als beleefdheidsvlag moet voeren (zie bijlage).
    Voor Engeland is dit de "Red Ensign" met in de linker–bovenhoek de "Union Jack". De "Red Ensign" is de koopvaardijvlag.
    Bovendien moet men zich realiseren dat in sommige landen voor gewone schepen en jachten een andere beleefdheidsvlag wordt voorgeschreven dan voor Marineschepen. Bij onze Koninklijke Marine wordt in de UK als beleefdheidsvlag de "Union Flag" gevoerd.

Gebruik Beleefdheidsvlag

  1. De beleefdheidsvlag wordt gevoerd bij aankomst in de territoriale wateren of desgewenst iets eerder, resp. bij vertrek iets later, van het te bezoeken land.
  2. De beleefdheidsvlag wordt gehesen in het stuurboord want op ongeveer 2/3 hoogte of onder de stuurboord–zaling.
  3. De beleefdheidsvlag wordt eerder dan de eigen nationale vlag gestreken en na het zetten van de eigen nationale vlag gehesen.
  4. Wanneer men in eigen land een buitenlandse gast aan boord heeft, mag men de beleefdheidsvlag van zijn land voeren in het stuurboordswant. De beleefdheidsvlag mag nooit onder enige andere vlag staan. Indien men dus gasten uit meerdere landen aan boord heeft, kan men het hijsen van beleefdheidsvlaggen dus beter achterwege laten.

De Geus

Beschrijving Geus

  1. De dubbele Prinsengeus is rechthoekig in de verhouding 2:3 en is samengesteld uit concentrisch gerichte driehoeken, met de volgende kleuren, rondgaand linksboven beginnend: blauw-wit-rood-blauw-wit-rood-blauw-wit-rood-blauw-wit-rood.
  2. De enkele Prinsengeus rechthoekig, waarbij de concentrische driehoeken linksboven beginnend een andere volgorde hebben: rood–wit–rood–wit–blauw–wit–blauw–wit.

Gebruik Geus

  1. De dubbele Prinsengeus wordt door de Konklijke Marine gevoerd op de bak, de voorsteven van alle schepen. In feite is de geus geen vlag maar ontleend zijn naam aan de plaats op het schip: de boeg. Deze geus mag ook worden gevoerd op schepen en jachten die officieel gelijkgesteld zijn aan Rijksvaartuigen. De "Groene Draak" voert daarom een dubbele Prinsengeus.
  2. De enkele Prinsengeus mag door ronde– en platbodemjachten op de botteloef of kluiverboom worden gevoerd, evenals door kotters en andere traditioneel getuigde schepen en jachten op de boegspriet.
  3. De enkele Prinsengeus mag ook op het voorschip van motorjachten worden gevoerd. Dat kan echter alleen indien men eveneens de verenigings-standaard ("clubvlag") in de top van een mast of onder het bakboord zaling en hoger dan de geus heeft gezet.
  4. Het gebruik van andere vlaggen als geus, met uitzondering van de verenigings- standaard genoemd onder 5.2.4, moet worden vermeden.
    Stadsvlaggen, Eurovlaggen, Reclamewimpels, ed kunnen op een jacht niet als geus worden gebezigd. Het Statenjacht van Friesland voert bij hoge uitzondering de provincievlag van Friesland als geus en de standaard van de K.Z.V. Oostergoo als standaard.

Seinvlaggen

De seinvlaggen bestaan uit:
26 lettervlaggen, rechthoekig verhouding 4 : 5, waarbij de A en B ingesneden zijn; 10 cijferwimpels, verhouding 3 : 10 met afgesneden punt;
1 onderscheidingswimpel verhouding 1 : 10 en
3 vervangwimpels in verhouding 4 : 5.
Afmetingen in verband met zichtbaarheid: minstens 50 x 60 cm. en ongeveer 4% van de scheepslengte bij jachten.

Voor de betekenis van en het gebruik van seinvlaggen: zie Het Internationaal Seinenboek.

Seinvlaggen worden door de ontwikkeling van alle, moderne electronische communicatie-middelen nauwelijks meer toegepast voor berichtgeving op jachten. Toch dient men zich te realiseren dat in geval van nood, indien de stroomvoorziening aan boord het laat afweten, alleen d.m.v. seinvlaggen berichten kunnen worden overgebracht naar andere schepen, naar zoekende vliegtuigen, naar reddingboten of ingezette helicopters.
Een Seinenboek op ieder zeegaand jacht is dus een vereiste voor de eigen veiligheid, maar ook om de seinen van degenen die men eventueel kan bijstaan te kunnen begrijpen.

Seinvlaggen worden tevens gebruikt bij zeilwedstrijden voor diverse organisatie- procedures, omdat radio-contact voor deelnemers niet is toegestaan. Voor de betekenis van de seinvlaggen bij wedstrijden wordt verwezen naar het Internationale Zeilwedstrijd reglement.

Gebruik van seinvlaggen

  1. Seinvlaggen worden gehesen in het stuurboord want of onder de stuurboord zaling, maar belangrijker is dat men ze hijst waar ze het beste zichtbaar zij voor degene met wie men seinen wil uitwisselen.
    Op zeiljachten worden tijdens de vaart de seinvlaggen bij vookeur niet aan lij gehesen, omdat de zichtbaarheid door voorzeilen dan wordt beperkt.
    Op grote zeeschepen varend in nauwe zeeroutes, betonde geulen en grote rivieren worden de seinvlaggen ter wille van zichtbaarheid voor tegenliggers ook aan bakboord gehesen.
  2. Seinvlaggen zijn voor de watersport ook van betekenis voor wat betreft enkele 1 - letterseinen:
    vlag A: Diver down. Wordt gevoerd bij duikoperaties, echter niet alleen beroepsmatig. Vele jachten en rubberboten zetten deze vlag t.b.v. sportduikers die zich in de nabijheid van het vaartuig ophouden. Uit de buurt blijven dus.
    vlag B: Dangerous goods. Aan boord van het schip bevinden zich gevaarlijke stoffen, ofwel deze worden geladen resp. gelost.
    vlag O: Man overboard.
    vlag W: I require medical assistance

Wedstrijdvlag

De eigenaarsvlag zoals beschreven onder 6.2.1

De wedstrijdvlag kan sinds 1965 landelijk door de nationale organisatie worden voorgeschreven. Gebruikelijk is nu dat Seinvlaggen worden gebruikt als Wedstrijdvlag ter onderscheiding van de verschillende wedstrijd-klassen. De aan een bepaalde klasse toebedeelde seinvlag wordt gebruikt bij de start-procedure en dezelfde seinvlag wordt door de deelnemende jachten aan het achterstag gevoerd, alleen tijdens de wedstrijd.
Verwarring kan zo nimmer ontstaan: immers een nationale vlag wordt niet aan het achterstag gevoerd en voor berichtgeving hijst men de seinvlag in het want.

Prijsvlaggen

Prijsvlaggen voor wedstrijdreeks worden niet meer gevoerd: de vroeger gehanteerde regels zijn in onbruik geraakt.

Prijswimpels vormen een nieuwe "traditie". Zij die een nationaal of locaal kampioenschap hebben gewonnen of een reeks wedstrijden winnend hebben afgesloten en vervolgens van de nationale organisatie K.N.W.V. of de betreffende organiserende vereniging een Kampioenswimpel krijgen uitgereikt, kunnen de wimpel stilliggend hijsen bij voorkeur in het bakboord want. De wimpel zal echter uit pure vreugde in top worden gehesen, boven een eventueel lager, onder de bakboord zaling gezette verenigings-standaard, hetgeen niet is toegestaan.

Naamvlaggen

Naamvlaggen of -wimpels worden op jachten niet gevoerd. Deze vlaggen worden gebruikt in de koopvaardij als scheeps- of rederijvlag en in de verdere beroepsvaart. Deze naamvlaggen worden gevoerd in de voorste (laagste) mast of aan de bakboord ra of zaling.
De kleuren van dergelijke vlaggen worden ook wel afgebeeld op schoorstenen van schepen.

Grote eigenaarsvlaggen of vlaggen met de naam van het schip erop ziet men de laatste jaren in gebruik bij zee-zeilwedstrijden, zoals de Transatlantic, de "Round the World" en de "Admirals Cup" en ook steeds meer bij "inshore"-wedstrijden.
Deze vlaggen worden meestal aan een spinnakerval voor de mast gehesen wanneer het schip voor of na de wedstrijd in de haven ligt. Hier ontwikkelt zich binnen een betrekkelijk klein circuit zeilers een eigen "heraldiek". In het beste geval daagt de eigenaar met het hijsen van deze grote vlag als het ware uit tot krachtmeting onder de vigerende reglementen van de wedstrijden, in het slechtste geval is het puur dikdoen en opschepperij.

Naamvlaggen van dezelfde grootte als genoemd onder 12.2 komen ook voor met reclame-aanduidingen voor het bedrijf dat het betreffende jacht financieel ondersteunt. Alle reclame-voering op zeiljachten is per categorie wedstrijden internationaal aan regels gebonden. Individuele jacht-eigenaren hebben dan ook een eigen verantwoor- delijkheid voor de naleving van deze regels.

Provinciale vlaggen

Deze vlaggen hebben op schepen en jachten geen betekenis, het op enige wijze voeren van deze vlaggen, op het hek op de plaats van de nationale vlag of in top is niet toegestaan.

Provincie-vlaggen zijn niet officieel als geus vastgesteld, maar worden soms wel als geus gevoerd op Statenjachten toebehorend aan een Provincie: b.v. in Friesland.

Wakers, Vleugels en Wimpels

Wakers en vleugels geven de windrichting aan en zijn, behalve de oranjewimpel voor jachten, geen officiële vlaggen.
Aangezien wakers en vleugels geen officiële vlaggen zijn, mogen ze boven de standaard worden gevoerd.

De waker op scherpe jachten is rechthoekig.
De vleugel op ronde– en platbodemjachten, is een windvaan aan een scheerhout, deze zijn lang en smal, rood of blauw en met een ingenaaid rood-wit-blauw deel aan de voorkant.

Wimpels zijn, m.u.v. de oorlogswimpel der Koninklijke Marine en de seinwimpels, zeer lange smalle vlaggen die voorgehesen in de mast tot bijna aan het water reiken. De oranje–wimpel wordt boven de nationale vlag in top gevoerd bij Koninklijke feestdagen en Koninklijk bezoek.

Vlaggen onder bijzondere omstandigheden

Rouw

Ten teken van rouw wordt meestal de nationale vlag halfstok gehesen.
Rouw wordt b.v. aangenomen bij overlijden van een lid van het Koninklijk Huis of
op aanwijzing van het Bestuur van de KNZ&RV aan de leden bij overlijden van een lid van de vereniging.

Vlaggen van top

Dit is het enige geval dat de nationale vlag, behalve op het hek, ook boven de standaard in de top van de mast wordt gevoerd. Bij twee of meer masten aan iedere mast een nationale vlag en één op het hek. Het Bestuur van de KNZ&RV geeft aanwijzing wanneer er door de leden van de vereniging van top gevlagd wordt.

Pavoiseren

Eerst vlaggen van top, dan pavoiseren en dit alleen af gemeerd of ten anker liggend. Voor pavoiseren worden de internationale seinvlaggen gebruikt. De vlaggenreeks moet van voorsteven naar de top van de mast tot achtersteven doorlopen en onder de stevens tot op het water worden verlengd door de lijn te verzwaren.
Meestal kiest men 2 vlaggen, gevolgd door een wimpel, enz. De tussenafstand is ongeveer gelijk aan de hijs van de vlaggen, de lijn mag in gehesen toestand nauwelijks of geen loos hebben.
Voor de volgorde van de seinvlaggen zijn meerdere mogelijkheden:

  • ofwel van voor naar achteren eerst de vlaggen met zoveel mogelijk rood er in, vervolgens die met veel wit en tenslotte met blauw.
  • ofwel de volgende volgorde: E-Q-3-G-8-Z-4-W-6-P-1-I-Onderscheidingswimpel-T-Y-B- X-1e verv.-H-3e verv.-D-F-2e verv.-U-A-0-M-R-2-J-O-N-9-K-7-V-5-L-C-S

De Seinvlaggen op een jacht behoren zo groot te zijn dat men met één stel vlaggen totaal kan pavoiseren; er kunnen echter ook meer dan één stel seinvlaggen gebruikt worden.
Fantasie-vlaggen, reclamevlaggetjes, vlaggetjes tegen zwaluwen aan boord, e.d. mogen niet voor pavoiseren worden gebruikt. Het Bestuur der KNZ&RV geeft aanwijzingen aan de leden wanneer er gepavoiseerd wordt. Gepavoiseerd varen mag niet.

Salueren

Jachten salueren op open zee doorgaans marine–schepen, ongeacht de nationaliteit, en grote koopvaardijschepen. Het salueren van koopvaardijschepen door jachten op de drukbevaren routes in West-Europa is om praktische redenen in onbruik geraakt.

De nationale vlag wordt ruim half neergehaald, indien men binnen redelijke zichtafstand vaart. Wordt het saluut beantwoord, dan na het voorhijsen door het gesalueerde vaartuig, de eigen vlag weer voorhijsen. Blijft het saluut achterwege, dan de vlag tijdelijk inhalen tot het schip uit zicht is en daarna weer zetten.
Tegenliggende schepen beginnen het saluut wanneer zij elkaar op 2 streken voorlijker dan dwars zijn genaderd, bij zeer snel varende schepen wat eerder! Een oplopend schip salueert een opgelopen schip en een varend schip salueert een stilliggend schip.

 

maart 1980,
vooruitlopend op een herziene uitgave, bijgewerkt door J.R.Romke de Vries, nov. 1999, laatst bijgewerkt 6 september 2011.

 

Inloggen


Wachtwoord en/of gebruikersnaam vergeten?

Zoek op de website